Eerst checken: storing in je woning of in het net?
Niet elke stroomstoring is werk voor een elektricien. Zit de hele straat of het hele gebouw zonder stroom, dan ligt het aan het net en lost Liander het op. Zit alleen jouw woning zonder stroom, dan zit het probleem bijna altijd in je eigen installatie.
Zo weet je het binnen een paar minuten:
- Kijk naar buiten en in het trappenhuis: brandt de straatverlichting, hebben de buren licht? Zo niet, dan is het waarschijnlijk een netstoring.
- Open je groepenkast: staat de hoofdschakelaar, een aardlekschakelaar of een groep naar beneden?
- Kijk op je meter: staat er een foutmelding op het display, of is het display helemaal uit?
- Denk terug: viel de stroom uit toen je iets aanzette, of tijdens regen of onweer?
Bij een netstoring bel je het Nationaal Storingsnummer 0800-9009 of kijk je op de storingskaart van Liander hoe lang het naar verwachting duurt. Meer uitleg staat op onze pagina over stroomstoringen in Amsterdam. Bij een storing in je woning helpt de volgende stap vaak al.

Waarom slaat de aardlekschakelaar af?
Een aardlekschakelaar zet de stroom uit zodra er ergens stroom weglekt, bijvoorbeeld via een kapot apparaat of vocht. Dat is zijn werk: zo krijgt niemand een schok. Slaat hij af, dan is er dus iets mis. Dit zijn de bekendste oorzaken:
- Een apparaat met een verborgen defect, vaak iets met een verwarmingselement: waterkoker, wasmachine, vaatwasser, oven of boiler.
- Vocht in een buitenstopcontact, een lamp op het balkon of in de badkamer, of na een lekkage bij de bovenburen.
- Een beschadigde stekker, verlengsnoer of stekkerdoos.
- Een fout in de vaste bedrading, bijvoorbeeld een schroef door een leiding.
- Een oude aardlekschakelaar die te gevoelig is geworden.
Zelf uitzoeken gaat zo: haal de stekkers eruit van alles op de groepen achter die aardlekschakelaar en zet hem weer omhoog. Blijft hij aan, steek de apparaten dan een voor een terug; het apparaat waarbij hij afslaat, is de boosdoener. Slaat hij ook zonder apparaten meteen af, dan zit de fout in de vaste installatie. Blijf het dan niet proberen, maar laat het nakijken.
Kortsluiting: wat doe je?
Bij kortsluiting raken twee draden elkaar die elkaar niet mogen raken. De groep schakelt dan meteen uit, soms met een knal of een vonk bij een stopcontact. Bij overbelasting gaat het anders: dan staan er te veel zware apparaten op één groep en valt hij na een tijdje uit.
Ruik je een brandlucht, zie je zwarte plekken bij een stopcontact of wordt iets warm? Zet dan de hoofdschakelaar uit, raak niets aan en bel een elektricien. Bij rook of vuur bel je altijd eerst 112.
Ging de groep uit toen je een apparaat aanzette en ruik je niets, haal dat apparaat er dan uit en zet de groep weer aan. Blijft hij aan, dan zat het in het apparaat. Valt hij weer uit, laat dan de bedrading controleren.

Storingen in oude Amsterdamse panden
In vooroorlogse panden in het centrum, De Pijp, Oud-West en Oost zien we een paar oorzaken vaker terug. Vocht in een kelder of na een lekkage van de bovenburen laat de aardlekschakelaar afslaan. Oude bedrading zonder randaarde en verbindingen die tientallen jaren oud zijn, geven eerder problemen. En in opgesplitste panden is soms niet duidelijk welke groep bij welke ruimte hoort.
Daarom zoeken we eerst rustig uit hoe de installatie in elkaar zit, voordat we iets vervangen.
Zo gaat een spoedbezoek
Als je belt, vragen we eerst wat er gebeurde, welke groep uitstaat en of er iets warm wordt of ruikt. Soms kunnen we je dan al aan de telefoon helpen. Is een bezoek nodig, dan spreken we af wanneer we komen.
- We kijken in de groepenkast en meten welk deel van de installatie de storing geeft.
- We zoeken de oorzaak: een apparaat, een stopcontact, een verbinding of de bedrading zelf.
- We maken het veilig. Kan het meteen goed worden opgelost, dan doen we dat; anders zorgen we eerst dat je weer veilig stroom hebt.
- We leggen uit wat er aan de hand was en hoe je het voorkomt.
Blijkt een oude groepenkast of oude bedrading de oorzaak, dan hoor je dat eerlijk. Jij beslist of en wanneer je dat laat aanpakken.
